Audits

Wat is een audit?

Tijdens een perinatale audit analyseren zorgverleners op een kritische, gestructureerde manier de daadwerkelijk verleende zorg. Het gaat om vragen als:

  • Hebben de vrouw, haar partner en haar kind in dit geval inderdaad 'goede zorg' gekregen of zijn er momenten geweest waarop de zorg anders of beter had gekund?
  • Hebben de betrokken zorgverleners zich gehouden aan richtlijnen, standaarden of protocollen, afspraken tussen beroepsgroepen of gangbare zorg?
  • Wat is de rol geweest van de zorgverlener, van de zorgvrager en van de organisatie van de zorgverlening?
  • Kan die zorg eventueel beter? Hoe dan? Wat moet daarvoor veranderd worden en door wie?

Dit speelt bij de zorg rondom bepaalde aandoeningen of ziektebeelden (morbiditeit) of sterfte (mortaliteit) voor, tijdens of na de geboorte van het kind.

Waarom een perinatale audit?

Perinatale audits zijn bedoeld om de kwaliteit van de zorgverlening te verbeteren. In Nederland is inmiddels een landelijk systeem van perinatale audits ingevoerd.

In alle VSV's (Verloskundig Samenwerkings Verband) doet men regelmatig aan perinatale audit. Dat heeft geleid tot:

  • betere samenwerking binnen de perinatale keten
  • aanbevelingen voor richtlijnontwikkeling
  • scholing
  • betere kwaliteit van zorg.

Drie pijlers voor landelijk aanpak

Het landelijke systeem van perinatale audit bestaat uit drie pijlers: lokale, regionale en landelijke bijeenkomsten, met ieder een eigen focus.

De lokale audit vormt de basis van het landelijk systeem van perinatale audit. Daar worden de geselecteerde casus perinatale ziekte of sterfte geëvalueerd.

Lokaal
Alle betrokken zorgverleners in een Verloskundig Samenwerkings Verband evalueren casus van sterfte of morbiditeit (ziekte) systematisch:

  • wat gaat goed en wat moet beter in onze zorgverlening?
  • wat moeten we eventueel aanpassen? Hoe en met wie?
  • uit deze audits volgen aanbevelingen voor verbeteracties binnen het eigen samenwerkingsverband, bijvoorbeeld op samenwerkingsafspraken.

Regionaal
Op de regionale bijeenkomst (1 x per jaar) worden uitkomsten van de audit regionaal besproken. Ook worden er wel regionale bijeenkomsten georgananiseerd om een bepaald thema uit de audit te bespreken.


Landelijk
Het landelijke onderzoek richt zich op het specifieke thema in een bepaalde periode. Een redactiecommissie met deskundige zorgverleners gaat op zoek naar specifieke patronen of verklaringen voor de sterfte binnen die groep. Samen met het bureau ordent en analyseert de redactiecommissie de zorggegevens uit perinatale audit en de audituitkomsten uit PARS. Door op zoek te gaan naar rode draden komt de redactiecommissie tot aanbevelingen waar iedereen binnen de keten mee aan de gang kan.

Auditthema's

2010-2012: Audit van à terme sterfte
Het onderwerp voor de landelijke perinatale audit in 2010 tot en met 2012 is de 'à terme sterfte' voor, tijdens en na de bevalling. Hieronder wordt verstaan alle doodgeboorte en sterfte gedurende de eerste vier levensweken van kinderen geboren na een zwangerschapsduur vanaf 37 weken tot 42 weken.

2013-2015: Audit van asfyctische kinderen en van à terme sterfte
In 2013-2015 worden alle voldragen kinderen die op een NICU worden opgenomen vanwege asfyxie geaudit. De tweede groep bestaat uit die voldragen kinderen die tijdens de geboorte of in de eerste vier weken daarna overlijden.

Kijk hier voor het stroomschema voor inclusie van het thema

A terme sterfte 2010-2012

Lagere babysterfte door gezamenlijke toetsing van verloskundige zorg
Intercollegiale toetsing van elk sterfgeval rond de geboorte, door de belangrijkste beroepsgroepen binnen de verloskundige zorg, leidt tot een daling van de babysterfte. Dat blijkt uit het rapport over de jaren 2010-2012 van de Perinatale Audit Nederland dat op 19 juni in ontvangst wordt genomen namens minister Schippers van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Perinatale audit van à terme sterfte
Sinds 2010 evalueren zorgverleners gezamenlijk elk sterfgeval van een voldragen baby tijdens een perinatale audit. Het doel is om zo de zorg te verbeteren en waar mogelijk herhaling te voorkomen. In drie jaar tijd daalde de sterfte in deze groep met 11 procent.
Het is aannemelijk dat perinatale audit hieraan heeft bijgedragen. In Noorwegen en Engeland daalde de babysterfte eveneens na invoering van perinatale audits.

Het onderwerp voor de eerste landelijke perinatale audit is 'à terme sterfte'. Dit houdt in alle doodgeboorte en sterfte gedurende de eerste vier levensweken van kinderen die geboren zijn na een zwangerschapsduur van meer dan 37 weken. Deelnemers aan de audit zijn naast verloskundigen, gynaecologen en kinderartsen ook vaak pathologen, huisartsen, verpleegkundigen, ambulancepersoneel, zorgverleners in opleiding en andere bij de sterfte betrokken zorgverleners. Gezamenlijk nemen ze het op zich om kritisch te reflecteren op hun eigen handelen.

A terme sterfte heeft centraal gestaan in 2010-2012. Op 19 juni 2014 verscheen het rapport tijdens een symposium onder de titel 'Perinatale audit: op koers'.

Sterfte van voldragen kinderen gedaald
De sterfte van voldragen baby´s daalde in Nederland in ruim tien jaar tijd met 47 procent, van 3,8 per duizend in 2001 naar 2,0 per duizend in 2012. Daarvan sterft twee derde voor of tijdens de geboorte en een derde in de eerste vier weken erna. In 2001 overleden 651 voldragen kinderen, in 2012 ging het om 325 kinderen.

Van alle gevallen van babysterfte bij voldragen kinderen begon 20 procent van de bevallingen in de eerste lijn en 77 procent in het ziekenhuis, bij de gynaecoloog. Tot de laatste groep behoren ook de vrouwen bij wie de baby al voor de bevalling overleed.

Analyse van de geleverde zorg
In iets meer dan de helft (53 procent) van de besproken sterfgevallen was er sprake van een zogenoemde substandaard factor: zorg die niet voldoet aan de professionele eisen voor gangbare zorg, landelijke standaarden en richtlijnen, of lokale protocollen. In 36 procent van de sterfgevallen was er geen sprake van substandaard factoren.
Ook is nagegaan of er een verband bestaat tussen substandaard factoren en de sterfte. In het merendeel van de gevallen lijkt dat niet het geval en in 20 procent van de gevallen is dat waarschijnlijk of mogelijk wel het geval.

Aanbevelingen uit de toetsing van de zorg
Uit de analyse van de sterfgevallen is een aantal belangrijke aanbevelingen voortgekomen. Zorgverleners, beroepsgroepen en het College Perinatale Zorg hebben een groot deel van de aanbevelingen opgepakt, wat heeft geresulteerd in onder andere nieuwe richtlijnen of de invoering van multidisciplinaire trainingen voor acute situaties.

Meer weten over de uitwerking van de aanbevelingen? Lees de artikelenreeks in het Tijdschrift voor Verloskundigen en het Nederlands Tijdschrift voor Obstetrie en Gynaecologie.

Komende jaren
Vanaf 2013 is het landelijk thema gewijzigd. De focus ligt nu op audit van zowel alle voldragen kinderen die op een NICU (moeten) worden opgenomen vanwege asfyxie als op audit van alle voldragen kinderen die tijdens de geboorte of in de eerste vier weken daarna overlijden.