Indicatoren

Van lijn naar keten

Binnen de geboortezorg wordt al geruime tijd gewerkt met 'eenmalige vastlegging aan de bron' en 'electronische gegevensoverdracht', onder andere naar de Perinatale Registratie. Geboortezorg-indicatoren komen dan ook voor een belangrijk deel tot stand op basis van gegevens uit deze registratie. De indicatoren in de geboortezorg zijn/waren tot nog toe per lijn vastgesteld met afzonderlijke sets voor de Eerstelijns Verloskunde en voor de Tweedelijns Verloskunde (zie voor deze laatste: www.ziekenhuizentransparant.nl). Geboortezorg is echter ketenzorg, helemaal nu gewerkt wordt aan integrale zorg. Vandaar dat in een recent voorstel de bestaande sets met lijnindicatoren vervangen worden door één set met ketenindicatoren.

Voorstel voor één ketenset indicatoren geboortezorg

In de Werkgroep ‘kaderontwikkeling monitoring kwaliteit perinatale zorg’ werken experts/vertegenwoordigers van de perinatale beroepsverenigingen (KNOV, LHV, NVK en NVOG), kraamzorg (Actiz, BTN), de patiënten/consumenten (NPCF, Kind & Ziekenhuis), de zorginstellingen (NVZ), de zorgverzekeraars (ZN, namens de ZN-Wg Kwaliteit ZilverenKruis/ Achmea en VGZ, alsmede informatieverwerker Vektis) samen met en ondersteund door Perined aan een voorstel voor een indicatorenset geboortezorg, waarin een spoedzorgindicator.  

In september heeft de Werkgroep het resultaat van haar besprekingen aangeboden, en wel aan de eigen organisaties, aan het KwaliteitsInstituut en aan overige betrokkenen en belangstellenden. Het is uitdrukkelijk een gezamenlijk product van de Werkgroep. Door de deelnemende beroepsverenigingen is hierbij de volgende kanttekening geformuleerd: inbreng van expertise in deze expertgroep en overeenstemming over het resultaat betekent niet dat dit de besluitvorming in de eigen organisatie vervangt.

Naast de NPCF-klantpreferentie-lijst komt de Werkgroep tot de volgende indicatoren geboortezorg.


1   AOI-5 (Adverse Outcome Index) - zie de introductiefilm - een combinatie van:

1.    Perinatale sterfte (32w0 tot 7 dagen post partum)

2.    Opname op NICU > 37.0 weken

3.    APGAR < 7 na 5 minuten (vanaf 32w0)

4.    Fluxus post partum

5.    3e of 4e graad perineumruptuur
Dit is een uitkomst-indicator, tevens is hij voorgesteld als spoedzorg-indicator geboortezorg.


2   Aard zorg:

1.    spontane partus in NTSV-groep (Nulliparous Term Singleton Vertex – à terme nulliparae met eenling in hoofdligging)

2.    vrouwen met epidurale analgesie (totaal, ’s nachts/in het weekend) in NTSV-groep

3.    spontane partus in andere Robson-groepen
Dit is een uitkomst/(proces)-indicator.

 

3   Borstvoeding
Dit is een uitkomst-indicator.


4   Overdracht en plaats zorg:

1.    start zwangerschapsbegeleiding vóór 10 weken (algemeen, c.q. uit achterstandssituatie)

2.    start zwangerschapsbegeleiding in eerste lijn

3.    bevallingen in eerste lijn: totaal, thuis/poliklinisch

4.    bevallingen in tweede lijn: totaal, zorgverlener (klinisch verloskundige, gynaecoloog), type baring (normaal vaginaal/instrumenteel/met sectio)

5.    bevallingen durante partu ingestuurd: totaal, type baring (normaal vaginaal/instrumenteel/met sectio), reden overdracht (wegens niet vorderende ontsluiting, sedatie en/of pijnstilling)

6.    kinderen direct post partum overgedragen
Dit is een uitkomst/(proces)-indicator.

 

Toelichting bij de ketenset

Indicatoren zijn altijd in ontwikkeling. De nu door de Werkgroep gekozen set biedt naast de NPCF-klantpreferentie-lijst een mengsel van nieuwe en reeds geruime tijd bestaande (uitkomst)indicatoren die gevalideerd zijn én uit te vragen op basis van bestaande gegevensvastlegging. Waar indicatoren in de geboortezorg tot nog toe per ‘lijn’ werden uitgevraagd, is het uitdrukkelijk de bedoeling dat de nu voorliggende indicatorenset geboortezorg een ketenset is. De centrale indicator, de AOI-5, is een ketenindicator. Ook van de andere indicatoren is het naar de mening van de Werkgroep de bedoeling dat deze nu op ketenniveau, per VSV (Verloskundig SamenwerkingsVerband) worden uitgevraagd. Belangrijk punt hierbij is welk zorggeval tot welke VSV wordt gerekend.

Hiervoor is een systematiek opgezet die de basis vormt voor VSV jaarverslagen (zie de introductiefilm voor een gesproken toelichting). Deze systematiek wordt toegepast op alle ketenindicatoren.

Indicatoren zijn altijd in ontwikkeling. Bestaande indicatoren worden uitgefaseerd als deze door betere, goed aan te leveren én gevalideerde andere indicatoren te vervangen zijn. Een lijst kandidaat-indicatoren zit in de pijplijn. Hierin wordt verbreding met kraamzorg meegenomen. Verder bevat de set nog geen klant-ervaringen/PROMs. Hiervoor wordt de keuze van CPZ (College Perinatale Zorg) afgewacht. Met het voorliggend resultaat is de Werkgroep dan ook niet klaar met haar werk. Indicatoren en NPCF-klantpreferentie-lijst zullen dit proces (blijven) doorlopen.

Zoals boven aangegeven bevat de door de Werkgroep gekozen set: AOI-5 (Adverse Outcome Index), aard zorg, borstvoeding, overdracht en plaats zorg. Van al deze indicatoren zijn onderliggende specificaties aanwezig met nadere operationalisatie, in- en exclusiecriteria e.d.. Bron van de indicatoren 1, 2 en 4 is de Perinatale Registratie. Indicator 3 wordt in principe door Actiz/BTN geleverd. Mocht dit op korte termijn niet in dezelfde VSV-indeling te realiseren zijn, dan wordt ook indicator 3 voorlopig vanuit de Perinatale Registratie geleverd.

Indicator 1, de AOI-5, is ook de spoedzorgindicator voor de geboortezorg. Indicator 4 is een indicator waar in ieder geval veranderingen in aangebracht zullen worden. Met de toename van integrale zorg blijkt in sommige regio’s nu reeds – wat betreft de zorg tijdens de zwangerschap – het onderscheid eerste/tweedelijn in registratie-aanlevering en daarmee in rapportagemogelijkheid te vervallen. Eerste- en tweedelijns baringen blijken momenteel echter nog wel te onderscheiden. Aanpassing van de onderdelen van indicator 4 ligt dan ook in de rede. 

De Werkgroep beoogt met deze set én haar verdere werk een constructieve bijdrage te leveren aan de vaststelling en ontwikkeling van relevante, gevalideerde en breed gedragen indicatoren voor de geboortezorg.

 

Instructiefilm over de AOI

Start de film hier onder.