Indicatoren

Van lijn naar keten

Binnen de geboortezorg wordt al geruime tijd gewerkt met 'eenmalige vastlegging aan de bron' en 'electronische gegevensoverdracht', onder andere naar de Perinatale Registratie. Geboortezorg-indicatoren komen dan ook voor een belangrijk deel tot stand op basis van gegevens uit deze registratie. De indicatoren in de geboortezorg zijn/waren tot nog toe per lijn vastgesteld met afzonderlijke sets voor de Eerstelijns Verloskunde en voor de Tweedelijns Verloskunde (zie voor deze laatste: www.ziekenhuizentransparant.nl). Geboortezorg is echter ketenzorg, helemaal nu gewerkt wordt aan integrale zorg. Vandaar dat in een recent voorstel de bestaande sets met lijnindicatoren vervangen worden door één set met ketenindicatoren.

Eén ketenset indicatoren geboortezorg

In de Werkgroep ‘kaderontwikkeling monitoring kwaliteit perinatale zorg’ werken experts/vertegenwoordigers van de perinatale beroepsverenigingen (KNOV, LHV, NVK en NVOG), kraamzorg (Actiz, BTN), de patiënten/consumenten (NPCF, Kind & Ziekenhuis), de zorginstellingen (NVZ), de zorgverzekeraars (ZN, namens de ZN-Wg Kwaliteit ZilverenKruis/ Achmea en VGZ, alsmede informatieverwerker Vektis) samen met en ondersteund door Perined aan de indicatorensets geboortezorg. 

Links naar de vijf landelijk verplichte indicatorsets in de geboortezorg

ZiN Transparantiekalender, data openbaar via  www.zorginzicht.nl

  • indicatorset Zwangerschap en bevalling
  • indicatorset Spoedzorg/Spoedeisende hulp
  • indicatorset Kraamzorg
  • indicatorset Integrale geboortezorg (de ketenset: zie onder)
     

IGZ Basisset Medisch Specialistische Zorg, data openbaar via  www.ziekenhuistransparant.nl

https://www.igj.nl/zorgsectoren

  • Perinatale zorg (onderdeel van de IGZ-basisset)
     

Naast de Klantpreferentie-lijst en de Clientervaringsvragenlijst bestaat de ketenset uit de volgende indicatoren.


1   AOI-5 (Adverse Outcome Index) - zie de introductiefilm - een combinatie van:

1.    Perinatale sterfte (32w0 tot 7 dagen post partum)

2.    Opname op NICU > 37.0 weken

3.    APGAR < 7 na 5 minuten (vanaf 32w0)

4.    Fluxus post partum

5.    3e of 4e graad perineumruptuur
Dit is een uitkomst-indicator, tevens is hij voorgesteld als spoedzorg-indicator geboortezorg.


2   Aard zorg:

1.    spontane partus in NTSV-groep (Nulliparous Term Singleton Vertex – à terme nulliparae met eenling in hoofdligging)

2.    vrouwen met epidurale analgesie (totaal, ’s nachts/in het weekend) in NTSV-groep

3.    spontane partus in andere Robson-groepen
Dit is een uitkomst/(proces)-indicator.

 

3   Borstvoeding
Dit is een uitkomst-indicator.


4   Overdracht en plaats zorg:

1.    start zwangerschapsbegeleiding vóór 10 weken (algemeen, c.q. uit achterstandssituatie)

2.    start zwangerschapsbegeleiding in eerste lijn

3.    bevallingen in eerste lijn: totaal, thuis/poliklinisch

4.    bevallingen in tweede lijn: totaal, zorgverlener (klinisch verloskundige, gynaecoloog), type baring (normaal vaginaal/instrumenteel/met sectio)

5.    bevallingen durante partu ingestuurd: totaal, type baring (normaal vaginaal/instrumenteel/met sectio), reden overdracht (wegens niet vorderende ontsluiting, sedatie en/of pijnstilling)

6.    kinderen direct post partum overgedragen
Dit is een uitkomst/(proces)-indicator.

 

Toelichting bij de ketenset

Indicatoren zijn altijd in ontwikkeling. Belangrijk punt bij de ketenset is welk zorggeval tot welke VSV wordt gerekend.

Hiervoor is een systematiek opgezet die de basis vormt voor VSV jaarverslagen (zie de introductiefilm voor een gesproken toelichting). Deze systematiek wordt toegepast op alle ketenindicatoren.

Instructiefilm over de AOI

Start de film hier onder.